undefined
Slide 3
Slide 2

Veelgestelde vragen

Wat is bloed?

Bloed bestaat uit plasma (circa 55%) en bloedcellen (45%). Plasma bestaat grotendeels uit water en voor 7% uit opgeloste stoffen zoals eiwitten, suikers, vetten, zouten, hormonen en vitaminen. Bloed afgenomen zonder voorzorgsmaatregelen zal gaan stollen. De bovenliggende vloeistof heet ‘serum’. Wanneer bloed van tevoren onstolbaar gemaakt wordt, heet de vloeistof die overblijft na het verwijderen van de cellen ‘plasma’.

Bloedcellen bestaat uit 3 grote groepen:

  1. Rode bloedcellen (erytrocyten), die voor zuurstoftransport zorgen. Een tekort aan rode bloedcellen leidt tot bloedarmoede.
  2. Witte bloedcellen (leukocyten), die verantwoordelijk zijn voor de afweer tegen infecties. Deze worden onderverdeeld in vijf soorten, elk met een eigen naam en functie. Vaak worden afkortingen gebruikt om de soorten aan te duiden. Elk soort heeft een grote variatie wat percentage en aantallen betreft;
    • Baso’s (basofiele granulocyten) <1%;
    • Eo’s (eosinofiele granulocyten) 1-6%;
    • Neutro’s of granulo’s of segmenten – deze drie benamingen worden door elkaar gebruikt – (neutrofiele granulocyten) 40-75%;
    • Lymfo’s (lymfocyten) 20-40%;
    • Mono’s (monocyten) 2-10%.
  3. Trombocyten (bloedplaatjes), verantwoordelijk voor de bloedstolling.

Bloedonderzoek is belangrijk om vele ziektes aan te kunnen tonen. Daarbij komen bepaalde stoffen in het bloed teveel of juist te weinig voor. Dit helpt de arts om een diagnose te kunnen stellen.
Diagnost-IQ onderzoekt het bloed met behulp van wel 1000 verschillende testen. Het is aan de arts om te bepalen welke test er gedaan moet worden.

Wat is urine?

Urine is een vloeistof met afvalstoffen die door mensen en andere gewervelde dieren worden afgescheiden. De afvalstoffen zijn bij de stofwisseling vrijgekomen en door de nieren uit het bloed gefilterd. Nadat deze in een urineblaas is opgeslagen, wordt de urine periodiek geloosd. Urine bevat, naast water, in water oplosbare afvalstoffen, vooral ureum en anorganische zouten. Urobiline en porfyrine zorgen voor de gele kleur. Een afwijkende samenstelling van urine kan een indicatie zijn voor ziekte, zwangerschap en dopinggebruik. Bij ziekte bevat urine soms bestanddelen die er normaliter niet in zitten of komen de gangbare afvalstoffen in andere concentraties voor.

Normaal is de urine van de mens helder en geel van kleur. Veranderingen in de kleur van de urine worden vooral veroorzaakt door de hoeveelheid vocht die wordt uitgescheiden; geconcentreerde urine is donkergeel tot oranje, terwijl urine die wordt geproduceerd na veel drinken waterhelder kan zijn. Veel kleurstoffen worden onveranderd door de nieren uitgescheiden en kunnen de urine doen verkleuren, zoals het rood van bietjes en het gebruik van sommige geneesmiddelen. De urine kan echter ook van kleur veranderen door bepaalde ziektes of aandoeningen.

De samenstelling van iemands urine biedt een aardige afspiegeling van wat er zich allemaal in zijn of haar lichaam afspeelt. Via de urine verwijdert het lichaam verschillende stoffen uit het lichaam, maar urine bestaat niet louter uit afvalstoffen. Het beval simpelweg alles wat het lichaam op dat moment niet nodig heeft. Bijvoorbeeld een overschot aan water en zouten of een teveel aan vitamine C dat via het voedsel in het bloed is gekomen. Of (de resten van) medicijnen en hormonen en restanten van eten en drinken.

Wanneer is urine-onderzoek zinvol?

Een urineonderzoek is zinvol bij vermoedelijke ziekte in de urinewegen of het genitale gebied. Het is een waardevolle aanvulling op bloedtesten. Vaak volstaat een basisonderzoek waarbij slechts een paar stoffen worden bepaald, andere keren laat de arts een veelheid van stoffen analyseren of verricht een speciale urinetest. Soms is het nodig dat de patiënt de urine over een periode van 24 of 48 uur verzamelt. Verzamelen kan bijvoorbeeld belangrijk zijn voor urineonderzoek bij diabetes, hoge bloeddruk, auto-immuunziekten met betrokkenheid van de nieren of vergiftiging.

Van nieraandoening tot zwangerschap, tal van lichamelijke eigenschappen zijn tegenwoordig met behulp van een beetje urine nauwkeuring in kaart te brengen. Zelfs de hoeveelheid urine en de kracht waarmee die wordt geloosd geeft iets prijs over onze gezondheid. Zo leidt een vergrote prostaat tot een slappe straal, plassen we bij een blaasontsteking voortdurend kleine beetjes en maken we bij onbehandelde suikerziekte heel veel urine aan.

Wat is Ontlasting?

Ontlasting ofwel feces bestaat uit restafval van voedsel, gisting- , rotting- en afbraakproducten van de gal en bacteriën en afscheidingsproducten van de dikke darm (water, zouten en slijm). De ontlasting wordt in de endeldarm opgeslagen tot het tijdens het ‘ontlasten’ naar buiten komt via de anus. Uiteindelijk bestaat ontlasting voor meer dan 75% uit water. Het voedsel dat we eten wordt in het spijsverteringskanaal afgebroken. Nuttige stoffen, zoals vitaminen, worden door het lichaam uit het voedsel opgenomen en andere stoffen worden afgevoerd als restafval.

In de darmen zitten micro-organismen wat de darmflora wordt genoemd. Een micro-organisme voorkomt dat ziekteverwekkende organismes zich in de darm kan nestelen en kan vermenigvuldigen. Bij een gezonde darm houden de micro-organismen elkaar goed in balans, maar bij een ongezonde darm kan de darmflora ontregeld zijn wat leidt tot allerlei klachten. De samenstelling van de ontlasting verschilt per persoon en kan iets zeggen over de klacht van de patiënt. Het maag-darmkanaal of het eetpatroon van een persoon kan zorgen voor een afwijking in de ontlasting.

Er zijn verschillende klachten en ziekten bekend waarbij ontlastingsonderzoek wordt gebruikt als onderzoeksmethode. Enkele klachten zijn: krampen, diarree, buikpijn, winderigheid, obstipatie of bloed in de ontlasting. Enkele ziekten waarvoor patiënten ontlastingsonderzoek moeten laten uitvoeren zijn: Cystic Fibrosis, darmkanker, Ziekte van Crohn, Colitis Ulcerosa, spastische of prikkelbare darm.

Wat is sperma?

Sperma bestaat uit vocht met daarin zaadcellen. De zaadcellen ontstaan in de testikels (zaadballen). Vervolgens worden de zaadcellen via de bijballen opgeslagen in de zaadleider. Bij een zaadlozing gaan deze zaadcellen via de plasbuis naar buiten. Via de prostaat en de zaadvloeistofblaasjes wordt vloeistof toegevoegd aan de zaadcellen, waardoor het stuwingproces naar buiten makkelijker verloopt. Zaadcellen en dit vocht (vloeistof) tezamen wordt sperma genoemd. Het proces van de productie tot de uitvoering van sperma duurt meer dan 2 maanden.

De kwaliteit van het sperma

De kwaliteit van het sperma kan op verschillende manieren worden beïnvloed. De beoordeling van het sperma gebeurd op basis van 5 punten. Scoort één van deze punten onder de maat, dan is de kans op een zwangerschap ook automatisch een stuk kleiner.

  • Snelheid van het zaad
  • Beweeglijkheid van de zaadcellen
  • Vorm en afmetingen van de zaadcellen
  • Aantal zaadcellen
  • Concentratie van de zaadcellen

Zaadonderzoek

Vanwege beperkte houdbaarheid en temperatuurgevoeligheid wordt zaadonderzoek slechts op bepaalde vaste tijden door Diagnost-IQ uitgevoerd. Voor dit onderzoek moet u altijd een afspraak maken.

WFG: 0229 25 76 24.
WLZ: 0299 457 327 tussen 10.00 uur en 16.30 uur.
ZMC: 075 650 22 40.

Het speciale potje hiervoor kunt u op het laboratorium afhalen. U kunt de informatie en het speciale potje ook van uw huisarts of specialist meekrijgen.